Welkom bij jongGR

De jonge Gezondheidsraad (jongGR) is een netwerk waarin jonge wetenschappers worden betrokken bij het werk van de Gezondheidsraad. Lees meer…

Nog geen lid? Meld je aan!

Nieuwe kans om mee te denken over een advies van de Gezondheidsraad

JongGR consultatie 22 november in Den Haag

Als lid* van jongGR krijg je dinsdag 22 november de kans mee te denken over het advies Medicalisering van de Gezondheidsraad. Prof. Pim van Gool, voorzitter van de Gezondheidsraad, legt jullie die dag onder meer een casus voor over reflux(ziekte) waarin de mechanismen van medicalisering zichtbaar worden.

Minister Schippers vraagt de Gezondheidsraad om het verschijnsel medicalisering in de somatische zorg te analyseren, zie ook de adviesaanvraag onderaan dit bericht. De minister is daarbij vooral geïnteresseerd in medicalisering die het gevolg is van indicatieverruiming. Dit is een verandering in de beoordeling of medisch handelen al dan niet geïndiceerd is, waardoor een groter aantal mensen met een vergelijkbare gezondheidstoestand in aanmerking komt voor een bepaalde verrichting (verruiming van de indicatie voor een diagnostische procedure of een interventie). Ook het kiezen voor een behandeling die een grotere ‘impact’ heeft op het leven van de patiënt (zoals een meer agressieve of zwaardere behandeling) kan hieronder worden verstaan. Wanneer de verruiming niet tot aantoonbare gezondheidswinst leidt of mogelijk schadelijk is, spreken we van onwenselijke indicatieverruiming. Indicatieverruiming in de diagnostiek kan bijvoorbeeld leiden tot diagnostiek waarbij (nog) geen behandeling aangewezen of mogelijk is, en tot toevalsbevindingen waarvan de klinische betekenis niet duidelijk is. De minister vraagt de Gezondheidsraad om aan de hand van verschillende casussen inzicht te geven in het proces van indicatieverruiming in de zorg.

De commissie die door de Gezondheidsraad is ingesteld om de vraag van de minister te beantwoorden wil graag de kennis van jongGR benutten om te komen tot aanbevelingen om onwenselijke indicatieverruiming te voorkomen. We bespreken de thematiek van indicatieverruiming onder meer aan de hand van de casus ‘Standaardbehandeling met maagzuurremmers bij jonge kinderen met reflux(ziekte)’. Deze casus maakt inzichtelijk waarom medische professionals bij een diversiteit aan klachten die mogelijk samenhangen met refluxziekte maagzuurremmers voorschrijven, ook al is de effectiviteit hiervan niet bewezen.

Vragen die we aan jullie, jonge wetenschappers, willen voorleggen zijn bijvoorbeeld: Herkennen jullie de mechanismen in de casus die leiden tot het behandelen van jonge kinderen met maagzuurremmers? Zien jullie andere sprekende voorbeelden van onwenselijke indicatieverruiming in de praktijk? Welke mechanismen spelen daarbij een rol? Wat zijn de mogelijkheden om onwenselijke indicatieverruiming te voorkomen? De consultatie wordt voorgezeten door Gezondheidsraadvoorzitter prof. Pim van Gool, en ook de secretaris van de commissie die het advies zal opstellen, is aanwezig.

De consultatie is op dinsdag 22 november van 15:00 tot 17:00 uur in de vergaderzaal van de Gezondheidsraad, naast station Den Haag centraal. Geïnteresseerd? Mail dan naar jongGR@gr.nl om je aan te melden. Je ontvangt voorafgaand aan de bijeenkomst de vergaderstukken, waaronder een discussienotitie over indicatieverruiming en de casus reflux(ziekte). De voorbereiding zal niet veel tijd vergen.

*Lid worden van jongGR is eenvoudig. Als je wetenschapper bent die maximaal 10 jaar geleden gepromoveerd is, of je bent nog bezig met een promotie, kun je je aanmelden op jonggr.viadesk.com

adviesaanvraag_gr_medicalisering_9_april_2015

logo

Meedenken over een advies van de Gezondheidsraad

Als lid van jongGR krijg je 15 december van 16.00 tot 18.00 in Den Haag de kans een bijdrage te leveren aan een advies van de Gezondheidsraad over een aantal ontwikkelingen in het onderzoek aan de universitair medische centra (umc’s). Herkennen jullie, jonge wetenschappers, dat er in het wetenschapssysteem prikkels zijn die ervoor zorgen dat je niet het (maatschappelijk relevante) onderzoek kunt doen dat je zou willen doen? Dergelijke vragen zullen centraal staan bij de consultatie die wordt voorgezeten door Gezondheidsraadvoorzitter prof. Pim van Gool.
Informatie over de bijeenkomst vind je door rechts op deze pagina in te loggen. Als je nog geen lid bent van jongGR kun je je laten registreren (mits je een jonge onderzoeker bent).

Workshop beleidsadvisering jongGR – NIPT

JongGR workshop 9 sept 15

Op 5 maart 2015 ontving Pim van Gool, voorzitter van de Gezondheidsraad (GR), een brief van minister Schippers met de vraag een advies te geven over implementatie van de Niet-Invasieve Prenatale Test (NIPT) in Nederland. Specifiek werd gevraagd hoe het prenatale screeningsprogramma op erfelijke en aangeboren afwijkingen het beste kan worden ingericht gezien recente en voorziene wetenschappelijke ontwikkelingen en hoe een ideaal screeningsprogramma zich verhoudt tot het huidige programma voor prenatale screening.  

Dit was het vraagstuk waar een groep jonge academici vanuit verschillende disciplines zich in heeft vastgebeten op 9 september tijdens de eerste workshop beleidsadvisering van de jonge Gezondheidsraad, jongGR. Zoals de voorzitter van de GR en van deze bijeenkomst het verwoordde: ‘laten we maar snel beginnen, we hebben een hoop om op te lossen binnen twee uur’. Na een korte introductie over de GR, jongGR en de NIPT werd snel overgegaan tot de orde van de dag: het bespreken van de adviesvraag. 

Deze workshop was dus een soort nabootsing van een GR commissieproces. Maar hoe doe je dat? Als leidraad werd een aantal wetenschappelijke artikelen gebruikt; een grote studie over de implementatie van de NIPT in een gewone populatie (de ‘NEXT studie’), een kosteneffectiviteitsanalyse en een artikel waarin andere mogelijke toepassingen van de test werden belicht. De technische aspecten van het onderzoek met o.a. mogelijke vormen van bias en betekenis van de resultaten werd eerst besproken. Daarna werd de discussie iets moeilijker, maar ook interessanter; je hebt liever een studie waarbij de kosten van de test in realtime worden bepaald. Maar wat ga je doen met de resultaten die er nu zijn?  Dus je acht voldoende bewezen dat de test effectief is, maar hoe zie je de implementatie ervan voor je? En geef je een advies op basis van het ideale scenario of probeer je het meer af te stemmen op de realiteit, met de gedachte dat het dan waarschijnlijker is dat het opgevolgd wordt? In hoeverre moet en kan je de huidige stand van zaken daarbij in twijfel trekken?  

Deze vraagstukken en andere passeerden de revue. Er werd op enkele punten consensus onder de deelnemers bereikt, maar uiteraard bleef er genoeg stof voor discussie over. Wel was het leuk de werkwijze van de GR in vogelvlucht na te bootsen, waarbij bleek dat een aantal zaken door zowel de commissie van de GR als door de deelnemers aan de workshop naar voren werden gebracht. Maar er werden ook nieuwe ideeën geopperd die de GR secretarissen mooi kunnen meenemen naar de GR commissie die zich (onder andere) buigt over NIPT.  Al met al een geslaagde middag in een mooie vergaderzaal (met uitzicht op het Binnenhof), waarvan er hopelijk meer zullen volgen. 

Door Annelien de Kat

Symposium over gezond opgroeien

Symposium jongGR.website

11 mei verscheen het signalement Gezond opgroeien: weten wat werkt. Een commissie van jongGR (de jonge Gezondheidsraad) onderzocht daarin hoe de overheid er aan kan bijdragen dat kinderen en jongeren nog gezonder opgroeien, en welke wetenschappelijke inzichten daarbij van nut zijn voor het beleid. Op 21 mei organiseerde jongGR vervolgens een symposium voor wetenschappers en beleidsmakers over dezelfde thematiek. Hou het blad van de Gezondheidsraad, Graadmeter, in de gaten voor een uitvoeriger verslag en interviews met de sprekers.

 Ouders voorlichten, kinderen raadplegen als deskundigen

De eerste spreker was Geert-Jan Stams, hoogleraar forensische orthopedagogiek aan de UvA. Er is schandalig veel mis in de jeugdzorg, vindt Stams. Te vaak wordt er ingegrepen in gezinnen zonder dat er enig bewijs is voor de werkzaamheid van de interventie, en soms werkt die zelfs averechts. Zijn advies aan de overheid: investeer veel meer in gedegen onderzoek om evidence based jeugdzorg mogelijk te maken.

Rutger Engels, hoogleraar ontwikkelingspsychopathologie aan de Radboud Universiteit en directeur van het Trimbos-instituut, sprak over rookpreventie. Een van zijn stellingen: wil je voorkomen dat jongeren gaan roken, dan zul je preventie op de ouders moeten richten.

Jaap Seidell, hoogleraar voeding en gezondheid aan de VU, zette uiteen hoe de eerste duizend dagen van een mensenleven – de periode in de moederbuik meegerekend – cruciaal zijn voor het latere eetpatroon. Preventie moet zich volgens hem nog sterker richten op zwangere vrouwen. Heel jonge kinderen zouden al goede voedingsgewoontes aangeleerd moeten krijgen. En de voedingsindustrie zou minder vrij mogen zijn in de reclame die ze op kinderen richt.

Mai Chin A Paw, hoogleraar sociale geneeskunde aan het VUmc, liet met schokkende cijfers zien dat kinderen teveel stilzitten. Ze deed onderzoek samen met kinderen om te ontdekken hoe je hen het beste tot gezonder bewegen kunt stimuleren.

De (on)mogelijkheden van evidence based jeugdzorg

Voor de paneldiscussie schoven achter de tafel: Vivian Bos (RIVM), Tom van Yperen (Nederlands Jeugdinstituut en UMCG), Lucy Smit (JGZ Kennemerland) en Paul van der Velpen (GGD Amsterdam). Zowel op het podium als in de zaal waren het vooral de wetenschappers en zorgverleners die zich roerden; beleidsmakers – voor zover aanwezig – deden er het zwijgen toe. De discussie bewoog zich van reclame voor ongezonde gesuikerde hapjes-voor-het-slapen-gaan, via de noodzaak van bredere stoepen om veilig buiten te kunnen spelen, naar de overheid die wel roken en drinken van hogerhand wil aanpakken maar voeding als de individuele verantwoordelijkheid van ouders ziet. De discussie ging het meest uitvoerig los over de (on)mogelijkheden van evidence based jeugdzorg. De balans: voor de meeste interventies in de jeugdzorg is nog nauwelijks wetenschappelijk bewijs. Daar moet dringend verandering in komen, maar tot die tijd kunnen we de jeugd niet aan haar lot over laten.

Symposium Gezond opgroeien: veelzijdig, leerzaam en prikkelend.

foto voor viadesk

Wij danken onze uitstekende sprekers en panelleden voor een zeer geslaagd symposium.

Uitgebreider verslag van het symposium volgt binnenkort op deze pagina.

JongGR signalement Gezond opgroeien verschenen

Met trots melden wij dat vandaag het JongGR signalement Gezond opgroeien aan VWS staatssecretaris van Rijn is aangeboden. Dit signalement gaat in op evidence-based werken in de jeugdzorg, de preventie van roken, voedingsinformatie voor de jonge ouder en het stimuleren van beweging. Het draait daarbij om de vraag hoe wetenschappelijke kennis over gezond opgroeien beter kan worden benut door beleid en praktijk.

Het signalement staat donderdag 21 mei centraal op een jongGR symposium in Den Haag. Aanmelden kan uiterlijk 18 mei via jongGR@gr.nl

Gwen Soete en Lucas Cornips

secretarissen jongGR

jongGR symposium ‘Gezond opgroeien, weten wat werkt’ op 21 mei

Dag allemaal,

Begin mei verschijnt het jongGR signalement ‘Gezond opgroeien, weten wat werkt’. Om hierbij stil te staan organiseren wij op 21 mei een symposium in de Hoftoren in Den Haag. Het programma is inmiddels rond en we mogen ons verheugen op een groep interessante sprekers en panelleden. Het symposium is bedoeld voor beleidsmakers, professionals uit het jeugdveld, en wetenschappers. Klik op de link voor het programma en informatie over aanmelding. We hopen jullie op 21 mei te mogen verwelkomen!

Lucas en Gwen, jonggr secretarissen

Programma symposium Gezond opgroeien

Save the date! – jongGR symposium 21 mei

Beste allen,

 Het is hier een poosje stil geweest maar zoals sommigen weten zijn we achter de schermen druk bezig met een jongGR commissie ‘gezond opgroeien’. In mei verschijnt het signalement dat deze commissie heeft opgesteld, en dat heuglijke (aanstaande) feit willen we niet ongezien voorbij laten gaan. Op 21 mei organiseren we in de namiddag een symposium in de Hoftoren in Den Haag waarbij we hopelijk veel (jonge) wetenschappers, beleidsmakers en professionals uit het jeugdveld mogen verwelkomen. Tijdens deze middag worden wetenschappelijke presentaties afgewisseld met een paneldiscussie met betrokkenen uit de praktijk. We denken bovendien dat dit weer een uitstekende gelegenheid is voor jullie om in contact te komen met andere jonge wetenschappers en beleidsmakers, al dan niet tijdens de borrel na afloop.

 Hou jongGR de komende tijd in de gaten voor het precieze programma en wijze van aanmelding.

Hopelijk tot de 21ste mei!

 Groeten,

 Gwen en Lucas

(jongGR secretarissen)

Opvoeden in een virtuele werkelijkheid

Opvoeden in een virtuele werkelijkheid

Internetkinderen: ze zijn na de jaren ’90 geboren en ze weten niet anders dan dat er zowel een online als een offline wereld bestaat. Ze vinden hun weg in beide werelden even gemakkelijk. Ouders kunnen het lastig vinden om hun kind een goede ‘digitale’ opvoeding te geven. Sommige ouders vinden hun weg online gemakkelijk, anderen hebben het gevoel dat ze bij voorbaat al één – nul achter staan op hun kind dat behendig over het web surft. Veel ouders worstelen met het vinden van de balans: een kind dat te weinig opgroeit met nieuwe media zal zich wellicht niet staande kunnen houden in de snel veranderende wereld; een kind dat er te veel mee opgroeit krijgt misschien te kampen met andere problemen die nu nog niet te voorzien zijn.
Volgens biopsychologe Martine Delfos leven kinderen gedeeltelijk in een ‘virtuele wereld’, maar worden ze daar nog onvoldoende in opgevoed. Ouders stellen wel grenzen aan het mediagebruik van hun kinderen, maar zijn er nog te weinig zelf bij betrokken. Een kind dat in de speeltuin een ander kind bijt of schopt, wordt teruggefloten door zijn ouders. Ook in hun activiteiten online hebben kinderen sturing nodig, sturing die in veel gevallen nog ontbreekt. Ouders hebben kinderen op dit gebied vaak meer te bieden dan ze zelf denken. Ze hebben de ervaring en levenswijsheid waar het handig klikkende kind nog niet over beschikt.
Het is de vraag of opvoeden in tijden van internet en social media zo veel moeilijker en anders dan vroeger zou moeten zijn. Misschien is het grootste struikelblok wel de aanwezigheid van ouders bij de online activiteiten van kinderen. Die zijn net even zo lekker rustig voor zichzelf bezig en de pannen staan op het vuur. Laten ouders hier een kans liggen? Of zal het allemaal zo’n vaart niet lopen? Wat is ‘goed opvoeden in een virtuele werkelijkheid’?

Link: Column in NRC Boeken: Ieder kind wil graag een level hoger komen

Blog: Wat gebeurt er met ons brein?

blogDondorp

Internet en social media maken jonge mensen dik, ze worden er depressief van en het is slecht voor het ontwikkelende brein. Maar ze maken ons ook slim, snel en extra sociaal. Berichten over wat de nieuwe media met ons en in het bijzonder met jonge mensen doen duiken overal op; ze fascineren ons. Wat gebeurt er eigenlijk allemaal om ons heen? En welke invloed heeft dat op de (jonge) mens?

Het onderzoek naar de invloed van nieuwe media op onze hersenen staat nog in de kinderschoenen. De resultaten uit het onderzoek spreken elkaar tegen, of het gaat om te kleinschalige experimenten waar geen zekerheidswaarde aan kan worden toegekend. Aan bekende universiteiten als Harvard en Oxford wordt druk onderzocht wat de huidige tijd van doorklikken in een continue stroom van informatie nu eigenlijk met ons doet. Een greep uit de verschillende uitkomsten: mensen met meer vrienden op Facebook hebben meer ‘grijze massa’ in bepaalde delen van hun hersenen. Twitter is moeilijker te weerstaan dan sigaretten of alcohol en krijgt voorrang op slaap of seks. Ons korte termijn geheugen is veel korter dan tientallen jaren geleden.  

Verandert ons brein echt zo sterk door de nieuwe media? Wat verliezen we ermee, wat brengt het ons? Het lastige is dat we eigenlijk helemaal nog niet zo goed weten wat het met ons doet. Online te zijn of niet online te zijn: dat is al lang niet meer het vraagstuk. We zitten midden in de razendsnelle ontwikkelingen en we laten ons meeslepen door de golf. En of de nieuwe media ons slimmer, sneller en socialer of juist dommer, onbeholpener en agressiever maken: dat is een vraag die alleen de toekomst uit kan wijzen. Waarschijnlijk is het antwoord wat genuanceerder dan de krantenkoppen ons willen doen geloven.